De geloofwaardigheid van wat we communiceren wordt bepaald door: woorden (7%), tonaliteit (38%) en fysiologie (55%). Om geloofwaardig over te komen is het van belang dat onze tonaliteit en fysiologie aansluit bij de woorden die we uitspreken. Dit noemen we ‘congruent’ zijn, volgens Albert Mehrabian (1939), emeritus-hoogleraar psychologie aan de UCLA. Hij is het meest bekend geworden door zijn publicaties over het relatieve belang van verbale en non-verbale boodschappen, de 7%-38%-55%-regel.

Drie communicatie-elementen – en de “7%-38%-55%-regel”

In zijn onderzoek komt Mehrabian (1971) tot twee conclusies. Op de eerste plaats dat elke rechtstreekse communicatie in wezen uit drie elementen bestaat:

Op de tweede plaats zijn de non-verbale elementen met name van belang voor het overdragen van gevoelens en opvattingen, vooral als ze niet met elkaar in overeenstemming zijn: als woorden en lichaam niet overeenkomen, is men geneigd de lichaamstaal te geloven.

Voor een werkzame en zinvolle communicatie over emoties, moeten deze drie gedeelten van de boodschap elkaar ondersteunen – ze moeten “congruent” zijn. In het geval dat er sprake is van enige “incongruentie,” kan de ontvanger van de boodschap geïrriteerd raken doordat er twee boodschappen via verschillende kanalen overkomen, die twee verschillende richtingen aanduiden.

Congruent omschrijven we vaak als; ‘echt’, of ‘what you see is what you get’ en ‘betrouwbaar’.

Tonaliteit zou je kunnen oefenen, zo leer je om jou boodschap ‘echt’ over te brengen. Vooral als jij echt gelooft wat je zegt dan zal het vloeiend en makkelijk verlopen.

Hier een paar voorbeelden en tips om tonaliteit te begrijpen;

  • Moet ik dat nu doen?
  • Moet ik dat nu doen?
  • Moet ik dat nu doen?
  • Moet ik dat nu doen?
  • Moet ik dat nu doen?

Door op de dikgedrukte woorden de klemtoon te leggen zal je een hele andere betekenis geven aan de zin. Dit werkt natuurlijk met vele zinnen en de klemtoon.

  • Wat je ook kan oefenen is de toon op het einde van een zin omhoog laten gaan, zo krijg je een vragende zin.
  • Wanneer je de toon op het einde omlaag laat gaan krijg je een stelling/overtuiging. Dit is dus krachtig om te overtuigen, als je dat zou willen.

De meest opvallende elementen in stemgebruik:

  • Volume: hard-fluisteren
  • Tempo: snel-traag
  • Toonhoogte: bas-sopraan
  • Timbre: kwaliteit, vanwaar resonerend
  • Cadans: onderbrekingen of groepen van woorden
  • Pauzes: veel of geen/ lang of kort
  • Ritme: eentonig of meertonig
  • Helderheid: zuiver of mat
  • Markeringen: klemtonen of benadrukken
  • Ademhaling: accent op in -en uitademen.

Als je meer wil oefenen is het leuk om op een terrasje een conversatie van een tafeltje verderop te volgen zonder te horen waar het over gaat. Je kunt de klanken opvangen, de tonaliteit horen en (in combinatie met de fysiologie: lichaamsbewegingen/houding) de sfeer opmerken tussen de converserende mensen.

Kijk wat er gebeurt, luister goed naar de tonaliteit en merk of het prettig voelt of juist onprettig. Dan zal je weten; Ik heb weer wat geleerd!

Wil je leren om doelen te stellen, of deze te bereiken? Of zoek jij naar tools om gelukkiger en zelfverzekerder te worden? Vraag nu ons gratis Ebook aan vol NLPD tips en oefeningen.